Verrassende routes

Het verhaal van Pier de rover en de heks van Lettele

  • Leestijd Leestijd 9 minuten
  • Home 546 x bekeken

Niet eens zo heel lang geleden – het was in de late middeleeuwen – leefde er in de bossen rond Lettele een heks. Een gevaarlijke en boosaardige heks. Zo boosaardig dat zij er plezier in had om goede, gelovige mensen uit te leveren aan de duivel. Niet alleen uit kwaadaardige lust beging zij haar daden. Ze deed het ook uit angst voor het hellevuur en probeerde daarom met haar daden de liefde van de duivel te winnen. De duivel kende haar angst en gebruikte haar krachten. Immers, elke ziel die zich afwendde van God zou niet naar de hemel gaan maar naar de hel. Elke verloren ziel zou de macht van de duivel – dus de macht van het kwaad – vergroten.

Illustratie Saskia Obdeijn

Pier de Rover

Op een dag liet de duivel zijn oog vallen op Pier de Rover. Pier was een in armoede vervallen Friese edelman die moordend en rovend door de streek trok. Pier en zijn kornuiten waren de schrik van boeren en burgers, stedelingen en dorpsbewoners in en om Deventer. Geen gewelddaad was hen te gortig. Ze verminkten kinderen, doodden hun ouders en vergrepen zich aan elk jong meisje dat hun pad kruiste. Ze stalen goud en goederen uit woningen, boerderijen en kerken. Hoe graag zou de duivel de ziel van de aanvoerder van deze troep, deze vermetele boosaard, voor zich winnen. Dood en verderf zou hij zaaien in zijn naam! Dat is een mooie opdracht voor de heks van Lettele, dacht de duivel. Hij zocht de heks op en beloofde haar dat zij nimmer hoefde te vrezen voor het hellevuur als zij Pier wist te verleiden zijn ziel aan hem te verkopen.

Toverkracht

De heks van Lettele hoefde niet lang na te denken over hoe zij Pier in haar macht zou kunnen krijgen. Ze had de weemoedige blik in zijn ogen gezien en wist dat hij ontvankelijk zou zijn voor de liefde van een jonge vrouw. Met haar toverkracht brouwde zij een zalf waarmee zij zich van top tot teen insmeerde. Haar grauwe, vette haren werden als gekamd vlas, licht van kleur en zacht om aan te raken. Haar schrompelige huid werd gaaf en blank. Haar vuile knokige vingers waren opeens welgevormd en leliewit, net als haar immer vieze voeten. Zo ging zij Pier vanuit Lettele tegemoet, als een jong bevallig meisje met liefde in haar ogen. Ze ontmoetten elkaar in Averlo.

De liefde van een vrouw

De vrijmoedigheid van dit mooie meisje verraste Pier. Hij was gewend dat elke vrouw, jong of oud, voor hem wegvluchtte. Alleen al door het horen van zijn naam raakten zij bevangen door angst. Diep van binnen deed hem dat veel pijn. Want ook Pier kende de eenzaamheid en het verlangen naar de liefde van een vrouw. ‘Waarom vlucht je niet voor me weg?’, vroeg Pier. ‘Wat maakt dat jij niet bang bent?’ ‘Heb jij je ziel aan de duivel verkocht?’, vroeg het jonge meisje. ‘Nee’, antwoordde Pier. ‘Hoewel hij mij zijn bescherming en veel geld geboden heeft als ik hem mijn ziel zou schenken.’ ‘Zolang je je ziel niet aan de duivel verkoopt, ben ik niet bang voor je’, antwoordde het meisje. Pier keek haar in de ogen, zoekend naar wat haar werkelijk bewoog. ‘Blijf bij me’, sprak hij, ‘ik zal je beschermen.’

De duivel

De vermomde heks lachte in haar vuistje. Ze had Pier in haar macht en dat wist ze. Een jaar bleef ze bij hem en wist zijn hart aan zich te binden. Ook de heks was, diep van binnen, geraakt door de liefde van Pier. Maar zij wist dat zij haar gevoel niet kon laten spreken omdat zij nooit aan de macht van de duivel zou kunnen ontkomen. Daarom besloot zij te vertrekken. ‘Waarom ga je bij me weg?’, vroeg Pier. Waar wil je heen? Waar kom je vandaan? Wie ben je eigenlijk als je de mijne niet bent?’ Het meisje antwoordde niet. Pier werd boos en drong aan. Daarop vluchtte ze in de richting van Wesepe. Pier sprong op zijn paard om haar te volgen. Bij ’t zwarte hekke op Averlo haalde hij haar in. ‘Is er soms een andere man aan wie je je hart gegeven hebt?’, drong hij aan. ‘Ik zou hem doden met mijn zwaard, opdat jij alleen voor mij bent.’ ‘Ik kan niet bij je blijven’, antwoordde het meisje. Ik heb mijn hart aan de duivel gegeven. Ik ben in zijn macht. Ik kan alleen de jouwe zijn als je niet bang bent voor hem.’ Als een donderslag drong het besef tot Pier door. ‘Je bent een heks’, schreeuwde hij met wanhoop in zijn stem, angst en vrees. ‘Ik zoek een man die voor de duivel niet bang is, en jij zult dat zijn’, fluisterde de heks. ‘Je zult het mij bewijzen door met je bloed een verbond met hem te tekenen en je ziel aan hem te schenken.’ De heks stampte driemaal met haar voet op de grond en riep de duivel bij zijn naam: Satan. ‘Hier ben ik Pier’, sprak de duivel en legde zijn kille hand op zijn schouder. ‘Je hebt me geroepen. Je wilt mij je ziel schenken in ruil voor de liefde van dit meisje?’ Pier’s hart werd verscheurd. Moest hij kiezen voor aards geluk, waar hij zo naar verlangde. Of voor het eeuwig leven? ‘Laat me er een nacht over slapen’, sprak hij.

Kasteel Boxbergen

Toen Pier sliep, spraken de heks en de duivel met elkaar. Hun plan stond vast: eerst zou de heks haar liefde beloven aan Pier, dan zou Pier zou zijn verbond met de duivel ondertekenen met een in zijn bloed gedoopt zwaard en zo zijn ziel aan hem geven. Maar dan zou de heks zou haar belofte aan Pier breken en met met de duivel trouwen. Toen de ochtend was aangebroken, ontmoetten ze elkaar bij kasteel Boxbergen, achter Wesepe. Toen de duivel aandrong dat Pier zou tekenen, vroeg Pier nog één genade. ‘Mag ik mijn ziel behouden als enig sterveling na mijn dood een kruis zal oprichten op mijn graf?’ ‘Wie zal voor jou, slechterik, ooit een kruis oprichten’, schamperde de duivel. ‘Mijn meisje houdt van mij! Misschien zal zij voor mij ooit een kruis maken, geef me die kans.’ De duivel genoot van hoop in de ogen van Pier omdat hij wist dat die vergeefs zou zijn. ‘Goed’, sprak hij, ‘als iemand voor jou een kruis opricht mag je je ziel houden.’ Zodra Pier zijn handtekening had gezet, veranderde de heks van Lettele weer van een mooi meisje in het oude boosaardige wezen dat ze was. Pier deinsde ontzet achteruit toen zij en de duivel op een bezemsteel opstegen. Hand in hand vlogen zij door de wolken, gevolgd door een bruiloftsstoet van heksen uit Lettele en duivels gespuis uit de wijde omgeving.

Rijkste en machtigste rover

Vanaf die dag werd Pier woester dan hij ooit was geweest. Hij roofde en stak huizen in brand en niemand was veilig in zijn buurt. Hij was de rijkste en machtigste rover tot in de verre omstreken van Lettele. Pier had de heks nooit weer gezien, maar elk blond meisje dat hij tegenkwam, riep kwade gevoelens in hem op die hij botvierde op dat arme kind. Op een dag kwamen Pier en zijn rovers een meisje tegen dat als twee druppels water op de vermomde heks leek. De rovers verheugden zich al over de wrede behandeling die Pier haar zou geven en namen haar mee. Pier werd heen en weer geslingerd door zijn woede en pijn en door de gedachte dat dit meisje hem misschien de liefde kon geven die hij zo miste. ‘Hoe heet je’, vroeg hij op een dag nadat hij met haar gedaan had dat hij dacht te moeten doen. ‘Margien’, antwoordde ze. Zo trok Margien mee met de troep en werd ze het liefje van aanvoerder Pier. Ze leerde zijn wrede woede kennen en zag de gepijnigde blik in zijn ogen. Op een nacht ging Pier naar haar toe en hield haar hand vast. ‘Ben je echt niet de heks van Lettele?’ Margien keek hem recht in de ogen vroeg: ‘Hoe kan iemand met een goed hart zulke slechte daden verrichten?’ ‘Eens was er een meisje, zo mooi als jij’, sprak hij. ‘Ik beminde haar maar mijn liefde werd bedrogen. Ze was niet wie ze was. Ze stal mijn hart en gaf het aan de duivel. Nu ben ik bang. Ik heb niet lang meer te leven en na mijn dood zal mijn ziel aan de duivel toebehoren. Dat is de prijs die ik voor de valse liefde heb moeten betalen. Ik heb echter één voorwaarde bedongen. Als enig sterveling na mijn dood een kruis op mijn graf zet, zal ik mijn ziel mogen houden.’ Toen beloofde Margien plechtig een kruis te zullen oprichten omdat zij van hem hield.

Betoverde zwaard

Niet lang daarna werd Pier overvallen in de nacht door de heks van Lettele die zich ditmaal als jonge ridder had vermomd. Zij doodde hem met haar betoverde zwaard en maakte een heksendans om hem heen terwijl ze heksenliederen krijste. De volgende ochtend vond Margien het lichaam van Pier in een veld op de Eikelhof. Ze bedekte zijn gezicht met kussen en tranen. Ze groef zijn graf en hakte met zijn zwaard een stenen kruis. Onder het kruis op de Eikelhof vond Pier de Rover zijn rust.

Stenen kruis

Pier’s rust zal eeuwig zijn. Want wie het stenen kruis op de Eikelhof wil schaden, zal tot op de dag van vandaag worden gestraft met een vloek die niet alleen hem, maar ieder die hem lief is hard zal treffen. Daarom staat het kruis nog steeds, onaangeroerd, in het weiland op de Eikelhof.

Wilma Schepers, 2020

Slinger van Salland

Dit verhaal hoort bij de Slinger van Salland, de slingers zijn fietsroutes die door Salland slingeren waarbij je meer komt te weten over de geschiedenis en het landschap van Salland.

Bekijk hier de Heks van Lettele

Bekijk hier de Slinger van Heino

Illustraties Saskia Obdeijn

Meer verhalen uit Salland